18 september 1944, de tweede golf
Een dag na de landingen trok het 506th Parachute Infantry Regiment om ongeveer 12.00 uur Eindhoven binnen. Het regiment kwam daar tegen de avond in contact met de eerste eenheden van het Britse XXX Corps, een gebeurtenis waarvoor de gehele bevolking van Eindhoven was uitgelopen en zich om de bevrijders verdrong. Uit de achterhoede reden om 18.30 uur genietroepen met brugmateriaal in sneltreinvaart naar Son, werkten de hele nacht door, maar op z’n vroegst zou daar pas de volgende ochtend gebruik van kunnen worden gemaakt. Echter, door het oponthoud tijdens hun eerdere opmars over Hell’s Highway, de moeilijke doortocht door de stad Eindhoven en de eerdere problemen bij de brug bij Son, liep het Britse XXX Corps op deze dag al 36 uur achter op het geplande schema.

Bij Nijmegen werd nog steeds hevig gevochten, maar de Amerikanen slaagden er niet in de verkeersbrug over de Waal te veroveren. Tot overmaat van ramp werden de landingsgebieden die diezelfde dag weer gebruikt zouden worden door Duitse troepen vanuit het Reichswald aangevallen. Reservetroepen moesten vanuit Nijmegen terug naar Groesbeek om de landingsgebieden tegen elke prijs te heroveren, omdat de tweede golf reeds in aantocht was.
Intussen was Urquhart in deze belangrijke fase van de strijd door Duitse troepen ingesloten geraakt, en was hij genoodzaakt om samen met Brigadier Gerald Lathbury een woonhuis binnen te vluchten. Het zag er op deze tweede dag van de operatie niet al te best uit. Twee bataljons waren in Arnhem vastgelopen, Urquhart en Lathbury zijn ondergedoken, en de benodigde radioverbindingen werkten wegens de te grote afstand en beboste en vochtige omgeving niet. Ook had de 4th Parachute Brigade onder commando van Brigadier Philip Hicks deze vroege maandagochtend moeten landen, maar door de mist in Engeland waren zij later vertrokken dan gepland. Daarbij kwam ook nog eens dat Horrocks de brug bij Son nog steeds niet was gepasseerd.